Nederlandse techbedrijven zijn gewild in het buitenland. Goed nieuws voor hun investeerders, die nu ongekend kunnen cashen. ‘Onze bedrijven ­hebben iets wat de kopers niet hebben: innovatie.’

 

In de ­technologiesector lijkt de ­crisis welhaast eeuwen ­geleden. Facebook wordt ­door een enkele analist ­gewaardeerd op 82,9 miljard dollar, tablets en smartphones zijn niet aan te slepen en ook de giga-­winsten van weleer zijn terug in de branche.

Om de groei verder aan te jagen, stropen giganten als ­Google en Cisco nu de markt af, op zoek naar the next big thing. Zij ­krijgen tijdens die tocht gezelschap van mediabedrijven en retailers die ook ­allemaal ­snappen dat ­internettechnologie op dit moment ­onmisbaar is voor groei. Hun overnamehonger blijft bepaald niet ­beperkt tot de VS. Ook techbedrijven uit ­Nederland staan volop in de belangstelling. Zo werd in januari ­Liquavista, dat een revolutionaire schermtechnologie ontwikkelt, gekocht door het Koreaanse Samsung.

Q-go, dat zijn slimme zoeksoftware inzet voor klantenservice, ging in dezelfde maand voor 34 miljoen dollar over naar de grote Amerikaanse branchegenoot RightNow. Begin ­februari volgde een nieuwe deal: ­Intel kocht Silicon Hive, een bedrijf uit Eindhoven dat software levert die de grafische ­rekenkracht van chipsets ­vergroot en het ­ontwerp van nieuwe ­versies versnelt. Als (voorlopig) laatste in de rij ging later in februari Cybertech, specialist in opslag en analyse van telefoonverkeer, over in de handen van het Israëlische NICE, voor een bedrag van 60 miljoen cash.

Minder slecht

Vier grote deals in twee maanden, dat ­belooft wat. Het nieuwe overname­seizoen is in elk geval goed nieuws voor de ­investeerders achter de techbedrijven. De venture capital-firma’s en vermogende particulieren, informals, die met hun ­kapitaal de afgelopen jaren de innovatie aanjoegen, zien hun inzet nu beloond. De briljante businessplannen en dito technologie waarvoor zij de eerste ­tonnen of miljoenen aan zaaikapitaal ­verschaften, lijken zich nu uit te betalen.

De oorzaak is helder, zegt Willem van den Berg. “De angst voor een double dip is echt uit de markt. De resultaten van ­bedrijven waren over 2010 minder slecht dan aanvankelijk ­gevreesd. Ook de grote ­bedrijven kijken nu weer om zich heen voor overnames.” Van den Berg is partner bij TIIN Capital, The Informal Investors Network, dat geld van honderden informals heeft gezet op uiteenlopende bedrijven als ITpreneurs, (e-learning software), CWR Mobility ­(mobiele software voor klantenservice) en Bmeye (cardio-apparatuur). “We ­hebben het na 2008 vooral druk gehad met onze bedrijven te helpen de ­crisis zo goed mogelijk te overleven. Ze hebben zeker schade opgelopen, een ­enkeling is zelfs omgevallen. Maar nu zijn ze fit, en klaar voor groei.”

Van den Berg verwacht dan ook dat ook zijn TIIN Capital best wel een paar mooie exits kan gaan beleven. “Onze bedrijven zijn daar voor een deel nog wat te jong voor, maar er is zeker belangstelling van ­Amerikaanse partijen, en ook vanuit ­Japan en Azië. Daar zijn grote concerns op zoek naar kleine partijen, omdat ze goed door ­hebben dat die zorgen voor ­innovatie.”

En dat het snel kan gaan, bewijst ­Liquavista. Dit bedrijf, dat zich in 2006 losmaakte van Philips, was al snel een maatje te groot geworden voor de TIIN-fondsen, waarna het uitkwam bij onder meer de grote Belgische investeerder GIMV. Later stapte ook Prime in, een van Nederlands grootste techinvesteerders. Samen staken zij 32 miljoen euro in de Eindhovense startup, wiens vloeistofscherm niet alleen zuinig is, maar ook bij daglicht perfect beeld belooft.

“Toen we voor het eerst binnenkwamen, waren ze bezig in een lab, met glaasjes en een pipet”, herinnert Elderd Land van GIMV zich. “Dat hebben we in vier jaar ­kunnen ontwikkelen tot een scherm dat met vloeistoffen kleur en beweging weergeeft en dat inmiddels volautomatisch wordt geproduceerd!” De iPad kwam voor het bedrijf als ­geroepen. “We konden op elke beurs de voordelen van onze technologie laten zien. En seeing is believing.” Of hij goed aan de verkoop van ­Liquavista heeft verdiend? Land: “Ik mag alleen ­zeggen dat onze return in lijn was met het gemiddelde rendement op venture ­capital, en dat is 13 procent.”

 

Knockout bod

Ook Sake Bosch van Prime kan niet ­zeggen hoeveel van zijn miljoenen in ­Liquavista zijn gegaan, maar wel dat die er dubbel zijn uitgekomen. Aan chipontwikkelaar Silicon Hive heeft hij zelfs nog meer verdiend: “Je moet je voorstellen: er kwam een bieding ­binnen. Maar wij zeiden: dit is nog niet te koop. Maar vervolgens kwam er nog een bod, en daarop een knockout bod.”

Geen toeval, zegt Bosch. “Deze hardwarebedrijven opereren in het brandpunt van de opkomst van smartphones en ­tablets. Dat gaat in enorme volumes.” Het optimisme is terug in de techsector, wil Bosch maar zeggen. “De bedrijven in onze portefeuille groeiden ook in de ­crisisjaren met 20 procent, maar vorig jaar heeft eenvijfde van de grootste ­bedrijven meer dan 80 procent groei ­laten zien.” In zo’n markt gaan strategische kopers ­altijd op zoek naar interessante prooien. “Al onze bedrijven zijn ­gekocht vanwege hun unieke ­technologie en positie. Ze hebben iets wat de kopers niet hebben. Niet zozeer omzet, maar ­innovatie.”

 

Pareltjes

De meeste belangstelling van buiten gaat ongewijfeld uit naar Layar. Piepjong, en toch al wereldvermaard als zogeheten ­augmented reality browser voor smartphones. Prime heeft er bij herhaling ­miljoenen in gestoken. Nog zo’n pareltje dat drijft op de social media-golf: eBuddy, dat chatten op de eenvoudigste mobieltjes mogelijk maakt. Toch speculeert Bosch in zijn kantoor aan het Amsterdamse Museumplein niet op toekomstige exits. Land van GIMV doet dat wel. “Er is meer reuring de afgelopen maanden; we ­krijgen meer inbound interest. De grote bedrijven zullen wel moeten overnemen, om bij te blijven met de new kids on the block, die slimmer en leniger zijn. En het kan ook, want ze zitten goed bij kas.”

 

Platbellen

De hoek waar overnames en exits echt een vlucht zullen nemen is die van online marketing, verwacht Daan Witteveen, die namens Deloitte onder meer adviseerde bij de verkoop van Q-go. Nu e-commerce ­gemeengoed is, kijkt iedereen naar de vergelijkings­sites, de specialisten in zoekmachine­optimalisatie en affiliate marketeers, zegt hij. “Onder de kopers zitten financiële ­spelers die inhaken op de verwachte consolidatie­slag, maar ook grote techbedrijven, reclame­bureaus en direct marketing­bedrijven. Uitgevers worden ook nerveus: kijk naar de ­overname van vergelijkingssites door ­Sanoma en, recenter, de ­verkoop van Hyves aan Telegraaf Media Groep. Dat draait allemaal om online marketing.”

Witteveens werkgever Deloitte stelt al ­jaren de Fast50 samen, een lijst van de 50 snelstgroeiende techbedrijven, die de venture capital-investeerders naar ­verluidt ver­volgens platbellen met aanbiedingen. In de jaren tot 2008 waren zulke ­overnames vaak financieel ­gedreven, zegt Witteveen. “Maar nu gaat het echt om de business zelf: de grote bedrijven hebben hun ­kosten onder controle en zijn nu weer klaar voor groei, en die wil je ­realiseren via overnames of innovatie.” Q-go is een mooi voorbeeld hiervan: diens technologie is onmiddellijk opgenomen in het portfolio van koper RightNow.

 

Knagen

Temidden van deze deals en de reeks die waarschijnlijk nog volgt, blijft één ding wel ­knagen. Is het niet jammer dat het ­ultieme succes voor een Nederlands techbedrijf, ­TomTom uitgezonderd, bestaat uit de overname door een grote buitenlandse speler? “Dat is een beetje het lot van Nederland, ja”, bevestigt Van den Berg. “Amerikaanse startups hebben wat dat betreft veel ­profijt van de grootste aaneengesloten markt ter wereld.”

 

Zwaartepunt

Voor software- en internetbedrijven zijn Amerikanen een logische koper, voor hardware is dat eerder Azië. “Daar wordt alles geproduceerd”, zegt Land van GIMV. “Als je zoals Liquavista een hardware­platform ontwikkelt dat grootschalig wordt toegepast door Aziatische partijen, ligt het voor de hand dat je met hen ­samenwerkt. En vervolgens eist een ­koper exclusiviteit, omdat die goed doorheeft dat hij met de Nederlandse schermen echt een verschil kan maken.”

 

Geldschieters

Het is wel eens anders geweest, maar druk van geldschieters zit de laatste tijd niet achter de exits, stelt Witteveen. “Het is nu eerder een logische stap voor de ­ondernemer zelf. Vroeger ging je op je 65ste denken aan opvolging. Als je nu een geweldige technologie ontwikkeld hebt, die enorm schaalbaar is, dwingt dat een exit bijna af: je zoekt aansluiting bij een partij die past wat betreft de verkoopkracht. Daar is helemaal niets mis mee, zolang we in Nederland maar een dynamiek houden in de technologiesector waarin startups het zo ver schoppen.”

“Toen ik 20 jaar geleden begon wilde elke ondernemer naar de beurs”, herinnert Bosch zich. “Nu wil niemand dat meer, vanwege de regelgeving en de publiciteit die je dan over je afroept. Ik denk gewoon dat het een eer is dat de Nederlandse ­bedrijven iets hebben, wat Intel of Samsung zelf niet kunnen. Besef wel: we hebben in een maand tijd Samsung én ­Intel naar Eindhoven gehaald. Dat zie ik minister Verhagen en burgemeester Van Gijzel ons niet snel nadoen!”

 

Categorieën: Varia